de grenzen zijn rood
en op haar lippen bloeien ze
als bloemen en onkruid
stekels der ontucht
vruchten van onschuld

die vruchten geproefd van haar lippen
bij donker en duister en nacht
in de schemer van eenzaamheid
diezelfde eenzaamheid
illusie geheten

en bij licht hard en koud
bloeien de vruchten opnieuw
de stekels richten zich op
naar de hemel zoals altijd
naar de verre hoge hemel
naar een vogel in vlucht

de koude bittere lucht
zo vol van vogels
om stekels naar op te richten
stekels die de vruchten doorboren
bij donker en duister en nacht